Bij Amsterdam Race Resort, de businessclub van Driving-Fun, gaan de gesprekken de laatste tijd over niets anders meer dan wat op zaterdag 28 maart staat te gebeuren: een spectaculaire Dallara Stradale aan den lijve ervaren op Circuit Zandvoort. Dat is zo uitzonderlijk dat waarschijnlijk geen van de leden dit van tevoren op zijn bucketlist had geplaatst. Nu spontaan wél…
De Dallara Stradale behoort tot de best bewaarde geheimen binnen de wereld van supercars. Eigenlijk verwonderlijk, als je bedenkt dat er een fabrikant achter zit die chassis heeft ontworpen voor alle denkbare formulewagens, IndyCars én sportwagens van gerenommeerde merken als Ferrari, Lamborghini en McLaren, al zullen de desbetreffende fabrikanten dat niet zo hard van de daken schreeuwen. Dat deze straatlegale machine uit Varano de’ Melegari (een eindje ten zuidwesten van de Noord-Italiaanse stad Parma) al sinds zijn lancering in 2017 een beetje onder de radar blijft, ligt niet aan slechte marketing, maar aan de filosofie die erachter steekt. “Je moet het zo zien dat een engineeringbedrijf een model voor de openbare weg heeft gebouwd,” verklaart Kevin Vandepitte van Driving-Fun. “Meestal werkt het min of meer andersom: dat een fabrikant van volumemodellen eens iets extreems wil en daarvoor een clubje gespecialiseerde techneuten inschakelt. Het verschil is dat je bij de Dallara Stradale geen compromissen aantreft. Bij dit project ging het niet van: ‘Verzin een paar leuke dingen die het goed doen in de persmap.’ Hier hebben knappe koppen die normaliter formulewagenchassis bouwen racetechnologie geschikt gemaakt voor op de openbare weg.”
Demonstratiewagen
Wat doe je dan vervolgens met zo’n Dallara Stradale? Eh… het circuit opzoeken, want ja, het autosport-DNA verloochent zich niet bij deze bolide met zijn carbon monocoque en vlakke bodemplaat, die uitmondt in een splitter voor en een diffuser achter. “In samenwerking met de Antwerpse Ferrari-dealer F.M.A. hebben we het voor elkaar gekregen om de leden van Amsterdam Race Resort zaterdag 28 maart deze supercar te laten beleven,” vertelt Vandepitte. “Die gelegenheid ga je niet gauw krijgen, want hij komt nauwelijks in het wild voor. Het bedrijf is officieel vertegenwoordiger van de Dallara Stradale en ja, daar hoort natuurlijk een demonstratiewagen bij. Eentje met drie gezichten, want het model kenmerkt zich door de conversiemogelijkheden. Door het verwijderen van de zijruiten, die als vleugeldeuren fungeren, tover je hem om van een coupé in een targa. Haal je ook nog de dakstructuur en de polycarbonaat voorruit weg, dan ontstaat een barchetta.” Potjandrie, één en al veelzijdigheid en het wordt volgens de marketingman van Driving-Fun nog gekker. “Bijna niemand weet dat achter de rugleuningsdelen van de dubbele kuipzetel twee opbergruimten voor een helm schuilgaan. Ideaal voor als je over de weg naar het circuit toe wilt rijden, precies zoals de fabriek dat bedoeld heeft.”
Eigen massa aan downforce
Er zit trouwens een Nederlands en Belgisch tintje aan de Dallara Stradale. TracTive Suspension uit het Noord-Brabantse Cuijk ontwikkelde de elektronisch geregelde schokdemping en de Vlaamse designer Lowie Vermeersch werkte met zijn Granstudio in Turijn het ontwerp van de aerodynamisch uitgekiende body uit. Bij 241 km/h, nog een eind verwijderd van de top van 280 km/h, evenaart de auto vrijwel zijn eigen massa van 855 kilogram aan downforce. Dat wil zeggen, mits uitgevoerd met de optionele achterspoiler, zoals dat bij de demo van F.M.A. het geval is. Een fabrikant van formulewagenchassis weet natuurlijk als geen ander dat gewichtsbesparing veel harder telt dan de motor ongelimiteerd paardenkrachten toestoppen. Getuige de 0-100-sprint in pakweg drieënhalve seconde, wat voor katapultachtige taferelen zorgt, komt de vederlichte Dallara Stradale niets tekort aan zijn turbogeblazen 2,3-liter Ford EcoBoost-blok met 400 pk. Afhankelijk van de gewenste variant kun je flipperen met de semiautomatische transmissie of lekker ouderwets poken met de handgeschakelde zesbak. Dit laatste is aan de orde bij de demonstratiewagen van F.M.A., die 28 maart de hele dag op Circuit Zandvoort paraat zal staan om leden van Amsterdam Race Resort te laten voelen wat 2 g aan laterale krachten met een mens doet.
Zelf rijden
Vandepitte valt even uit zijn marketingrol als hij slecht nieuws brengt: “Voor mensen groter dan 1,90 meter en met een lang bovenlijf is de cabine eh… aan de krappe kant, mede doordat de helm nog wat centimeters wegsnoept.” Zo’n auto kan bijna alleen maar uit Italië komen. Ach, liever pijn in nek en middenrif dan dit niet meegemaakt te hebben. Zie daar het voorrecht van ARR-leden, voor wie dit tamelijk uitzonderlijke uitstapje inbegrepen is bij hun abonnement van de businessclub onder Driving-Fun-vlag. “Guy Fawe van F.M.A. zal de hele dag taxiritten verzorgen en mensen met interesse in deze auto kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om zelf een paar rondjes te rijden, met dien verstande dat degene die hem onverhoopt in de muur mocht zetten, wel even bij de pinautomaat zal moeten langsgaan.” Dat risico lijkt ons te overzien, want ten eerste liggen de grenzen van de Dallara Stradale veel verder weg dan waar de gemiddelde stuurman durft te geraken en ten tweede leert de ervaring dat mensen over het algemeen omzichtig met andermans bezit omspringen, zeker met de eigenaar ernaast. Trouwens, achter het vinkje op je bucketlist wil je geen rood kruisje hoeven zetten.